Was heißt »mit« auf Niederländisch?

Die Präposition »mit« lässt sich wie folgt von Deutsch auf Niederländisch übersetzen:

  • met

Deutsch/Niederländische Beispielübersetzungen

In ihrem Pantherfellsessel sitzend, las die junge Frau mit der roten Unterwäsche laut ein Buch mit dem Titel "Die schwarze Prinzessin".

Zittend in haar fauteuil van panterpels las de jonge vrouw in rood ondergoed voor uit een boek met de titel "De zwarte prinses".

Um das Volumen zu berechnen, muss man die Länge mit der Breite multiplizieren und dann mit der Tiefe.

Om de inhoud te berekenen vermenigvuldig je de lengte met de breedte en daarna met de diepte.

Sie können den Cocktail mit einer Kirsche oder mit Ananas dekorieren.

Je kunt de cocktail versieren met een kers of met ananas.

Ist er mit dem Bus oder mit dem Zug gekommen?

Is hij met de bus of met de trein gekomen?

Du bist so ungeduldig mit mir.

Je hebt zo weinig geduld met me.

Ich denke, dass mein Zusammenleben mit dir deine Lebensweise beeinflusst hat.

Ik denk dat ons samenwonen je manier van leven beïnvloed heeft.

Du wolltest mit mir über Freiheit sprechen?

Wilde je me over vrijheid vertellen?

Ich habe niemanden, der mit mir reisen würde.

Ik heb niemand die met mij zou reizen.

Wer im Glashaus sitzt, sollte nicht mit Steinen werfen.

Wie in een glazen huis woont, moet niet met stenen werpen.

Ich habe ein Hühnchen mit dir zu rupfen.

Ik heb een uitje met jou te pellen.

Ik moet een boontje met jou schillen.

Ik heb met jou een appeltje te schillen.

Wenn man eine Augenbraue hochzieht, kann das bedeuten "Ich habe Lust, mit dir Sex zu haben", aber auch "Ich finde, dass das, was du gerade gesagt hast, vollkommen idiotisch ist."

Als men een wenkbrauw optrekt, kan dit betekenen "ik wil seks met je hebben," maar ook "dat wat je net zei, vind ik volstrekt onnozel."

Man heiratet nicht jemanden, mit dem man leben kann - man heiratet die Person, ohne die man nicht leben kann.

Men trouwt niet met iemand met wie men kan leven - men trouwt met iemand zonder wie men niet kan leven.

Auf alle Fälle muss man in dem Referendum am 18. Februar mit "ja" abstimmen.

In alle geval moet men "ja" stemmen in het referendum van 18 februari.

So schlage ich zwei Fliegen mit einer Klappe.

Zo sla ik twee vliegen in één klap.

Kann ich mit Kreditkarte bezahlen?

Kan ik met een creditcard betalen?

Ich habe es nicht mit Absicht gemacht.

Ik heb het niet opzettelijk gedaan.

Wieso kommst du nicht mit uns?

Waarom komt ge niet met ons mee?

Waarom kom je niet met ons mee?

Wer kommt mit mir?

Wie komt er met mij mee?

Ich habe mit Freunden gesprochen.

Ik heb met vrienden gesproken.

Ich will wissen, wer mit uns kommt.

Ik wil weten wie met ons mee komt.

Im Winter schlafe ich mit zwei Decken.

In de winter slaap ik onder twee dekens.

Verwechsle nie Mitleid mit Liebe.

Verwar medelijden nooit met liefde.

Man darf nicht Homomorphismen mit Homöomorphismen verwechseln.

Men moet homomorfisme niet verwarren met homeomorfisme.

Ich habe mit dem Rauchen aufgehört.

Ik ben gestopt met roken.

Der Kunde hat zwei Stunden lang mit dem Verkäufer telefoniert.

De klant heeft twee uren lang met de verkoper gebeld.

Bringen Sie Ihre Kinder mit.

Neem uw kinderen mee.

Niederländisch ist eng verwandt mit Deutsch.

Nederlands is nauw verwant aan Duits.

Er spricht Englisch mit einem deutschen Akzent.

Hij spreekt Engels met een Duitse tongval.

Hij spreekt Engels met een Duits accent.

Erzähl mir, was mit ihm passiert ist.

Zeg mij wat er met hem gebeurd is.

Sie würde lieber Sätze auf Tatoeba übersetzen, als mit mir zu chatten.

Ze zou liever zinnen vertalen op Tatoeba, dan met mij te chatten.

Das Haus wird mit Solarenergie geheizt.

Het huis wordt verwarmd door middel van zonne-energie.

Sie ist mit einem Ausländer verheiratet.

Zij is getrouwd met een buitenlander.

Was hast du mit meiner Brille gemacht?

Wat hebt ge met mijn bril gedaan?

Wieso bringen wir ihm nicht eine Flasche Wein mit?

Waarom brengen we hem geen fles wijn?

Einen Tee mit Zitrone, bitte.

Een thee met citroen, alstublieft.

Meine Schwester spielt mit Puppen.

Mijn zusje speelt met poppen.

Alle Tragödien enden mit einem Tod.

Alle treurspelen eindigen met een dood.

Er sprach mit sich selbst.

Hij sprak in zichzelf.

Bist du einverstanden mit diesem Vorschlag?

Ga je akkoord met dit voorstel?

Es wäre besser für dich, wenn du mit ihm redest.

Het zou beter zijn voor u als ge met hem zoudt spreken.

Fährt er mit dem Bus zur Schule?

Gaat hij met de bus naar school?

Er hat wenig Geld mit.

Hij heeft weinig geld bij zich.

Nimm so viel mit wie du brauchst.

Neem zoveel mee als ge nodig hebt.

Ich bin gerade mit dem Packen fertig.

Ik ben net klaar met inpakken.

Soweit ich weiß, kommt er mit dem Auto.

Voor zover ik weet komt hij met de auto.

Als Kind bin ich öfter mit meinem Vater fischen gegangen.

Als kind ging ik dikwijls vissen met mijn vader.

Lass das Kind nicht mit dem Messer spielen.

Laat het kind niet met het mes spelen.

Laat het kind niet spelen met het mes.

Darf ich jetzt mit dem Essen anfangen?

Mag ik nu beginnen met eten?

Der Eimer war voll mit Wasser.

De emmer was vol water.

Ich verstehe mich sehr gut mit meiner Schwiegermutter.

Ik kom heel goed overeen met mijn schoonmoeder.

Ik kan erg goed opschieten met mijn schoonmoeder.

Ich verstehe mich sehr gut mit meiner Stiefmutter.

Ik kom heel goed overeen met mijn stiefmoeder.

Mein Hund geht überall mit mir hin.

Mijn hond gaat overal met me mee.

Es ist nicht höflich, mit dem Finger auf andere zu zeigen.

Het is onbeleefd om naar andere mensen te wijzen.

Verstehst du dich gut mit deinem Chef?

Kun je goed opschieten met je baas?

Bleib mit uns hier.

Blijf hier bij ons.

Curry mit Reis ist mein Lieblingsgericht.

Rijst met curry is mijn lievelingsgerecht.

Wenn ich mit dir zusammen bin, bin ich glücklich.

Als ik bij je ben, ben ik gelukkig.

Sie schreibt mit der linken Hand.

Ze schrijft met de linkerhand.

Wer ist die Frau mit dem braunen Mantel?

Wie is de vrouw in de bruine jas?

Wie is de vrouw in de bruine mantel?

Ich höre mit meinen Ohren.

Ik hoor met mijn oren.

Ich denke mit meinem Kopf.

Ik denk met mijn hoofd.

Ich gehe heute Abend mit Lisa aus.

Vanavond ga ik uit met Lisa.

Deutschland ging ein Bündnis mit Italien ein.

Duitsland heeft een verbond met Italië gesloten.

Schneide den Kuchen mit einem Messer.

Snij de cake met een mes.

Ich gehe mit ihm in die Schule.

Ik ga met hem naar school.

Ich teile eine Wohnung mit meinem Bruder.

Ik deel een woning met mijn broer.

Ich habe ein Problem mit meinem Auto.

Ik heb een probleem met mijn auto.

Ich verstehe mich gut mit ihm.

Ik kan goed met hem opschieten.

Ich bin einverstanden mit seinem Vorschlag.

Ik ben het met zijn voorstel eens.

Ik ben het eens met zijn voorstel.

Hast du dich mit Ken geprügelt?

Heb je met Ken gevochten?

Ich bin mit meiner Schwester in den Zoo gegangen.

Ik ging naar de dierentuin met mijn zuster.

Lassen Sie mich Ihnen mit dem Gepäck helfen.

Laat me u even helpen met uw bagage.

Vergleiche deine Antworten mit denen des Lehrers.

Vergelijk jouw antwoorden met die van de leraar.

Der Junge traf den Ball mit seinem neuen Schläger.

De jongen sloeg de bal met zijn nieuwe knuppel.

Er nahm keinen Schirm mit.

Hij nam geen scherm mee.

Hij nam geen paraplu mee.

Es ist zwecklos mit ihm zu streiten.

Het is zinloos met hem ruzie te maken.

Schütten Sie das Mehl in eine Schale und fügen Sie dann, während Sie das Ganze mit einem Holzlöffel oder einem Paar Stäbchen umrühren, nach und nach das warme Wasser hinzu.

Giet de bloem in een kom en voeg dan, terwijl u het geheel met een houten lepel of een paar eetstokjes doorroert, geleidelijk het warme water toe.

Du siehst gut aus mit kurzen Haaren.

Je ziet er goed uit met je korte haar.

Ich frage mich, was mit Paul passiert ist.

Ik vraag mij af wat er met Paul gebeurd is.

Mein Vater versucht, mit dem Trinken aufzuhören.

Mijn vader probeert te stoppen met drinken.

Bring deinen Bruder mit.

Breng uw broer mee.

Ich verwechsele John immer mit seinem Zwillingsbruder.

Ik verwar John altijd met zijn tweelingbroer.

Er war so nett, uns mit seinem Boot zur Insel zu bringen.

Hij was zo vriendelijk ons met zijn boot naar het eiland te voeren.

Zwei Fliegen mit einer Klappe schlagen.

Twee vliegen in een klap slaan.

Ich taufe mit Wasser.

Ik doop met water.

Etwas scheint mit diesem Auto nicht zu stimmen.

Er lijkt iets niet in de haak met deze auto.

Ich habe am Telefon mit ihr gesprochen.

Ik sprak met haar via de telefoon.

Schmecken Sie es mit Salz und Pfeffer ab und lassen Sie es unter gelegentlichem Umrühren circa 10 Minuten kochen.

Breng op smaak met zout en peper en laat ongeveer 10 minuten koken, af en toe roeren.

Wir stehen mit dem Rücken zur Wand.

We staan met de rug tegen de muur.

Meine Großnichte hat mit dem Feuer gespielt.

Mijn achternicht speelde met vuur.

Es explodierte mit einem großen Knall.

Het ontplofte met een luide knal.

Einen Kaffee mit Zucker und Kaffeesahne, bitte.

Een koffie met koffieroom en suiker, alstublieft.

Een koffie met koffieroom en suiker, alsjeblieft.

"Hey, Willi!" rief der Bauer mit lauter Stimme.

"Hé, Willy" riep de boer luid.

Was habt ihr mit meiner Hose gemacht?

Wat hebben jullie met mijn broek gedaan?

Was haben Sie mit meiner Hose gemacht?

Wat hebt u met mijn broek gedaan?

Wat heeft u met mijn broek gedaan?

Wir assoziieren Schwarz oft mit dem Tod.

We associëren zwart vaak met de dood.

Er schlug mir mit seiner Faust ins Gesicht.

Hij sloeg met zijn vuist in mijn gezicht.

Tom liegt mit Fieber im Bett.

Tom ligt in bed met koorts.

Mein Vater ist mit 65 Jahren in Rente gegangen.

Mijn vader ging op 65-jarige leeftijd met pensioen.

Herr Braun trägt immer ein Buch mit sich herum.

Meneer Brown heeft altijd een boek bij zich.

Synonyme

an­hand:
aan de hand van
durch:
door
ge­gen:
tegen
in­klu­si­ve:
inbegrepen
incluis
inklusief
mit­tels:
door middel van
samt:
met inbegrip van
zu­sam­men:
met elkaar
onderling
samen

Antonyme

oh­ne:
zonder

Niederländische Beispielsätze

  • Hou op met klagen en doe wat men u zegt!

  • De fles was gevuld met iets dat eruitzag als zand.

  • Ik versier graag mijn kamer met bloemen.

  • Ik heb het met eigen ogen gezien.

  • Hij koos elk woord met zorg.

  • Wilt u een kamer met een bad of een douche?

  • Ik zou met iemand zoals haar willen trouwen.

  • Ze doodde hem met een mes.

  • Je bent een maand achter met je huur.

  • Nadat ik anaalseks met mijn vriendin heb gehad, moeten wij ons altijd goed wassen.

  • Wil je met mij dansen?

  • Vind gemeenschappelijke interesses, en jullie zullen goed met elkaar overweg kunnen.

  • Heb je besloten of je met de fiets of met de bus de stad in gaat?

  • Dit heeft met jou niets te maken.

  • Ik heb met hen niets te maken.

  • Na een korte pauze ging hij weer verder met zijn werk.

  • Hij spreekt met twee tongen.

  • Veel wetenschappers werken met getallen.

  • Ze zijn tevreden met het contract.

  • Ze waren tevreden met het resultaat.

Mit übersetzt in weiteren Sprachen:

Quellen:
  1. [Übersetzungen] Wiktionary-Autoren: mit. In: Wiktionary – Das freie Wörterbuch, 2023, [online] de.wiktionary.org, CC BY-SA 3.0
  2. [Synonyme] OpenThesaurus-User: mit. In: OpenThesaurus – Das freie Wörterbuch für Synonyme, 2023, [online] openthesaurus.de, CC BY-SA 4.0
  3. [Beispielübersetzungen] User-generated content: Satz Nr. 989, 139960, 139971, 352086, 116, 186, 212, 277, 381, 429, 655, 664, 1030, 1041, 1063, 1184, 1223, 1259, 1262, 6105, 6154, 139114, 139388, 182039, 331888, 338721, 340860, 340864, 341103, 341308, 341408, 341581, 341594, 341630, 341689, 343005, 343056, 344911, 344922, 344929, 344996, 347635, 347926, 347944, 348412, 349923, 349952, 350873, 351432, 351573, 351574, 351789, 352587, 353049, 353540, 353734, 355373, 356533, 357126, 358079, 358080, 358088, 358091, 358092, 358095, 358111, 358113, 358116, 358117, 358118, 358120, 359625, 360314, 360625, 360744, 360784, 360858, 361405, 361469, 362211, 363281, 364491, 365312, 365515, 365539, 365809, 365949, 367041, 367372, 367544, 368078, 368242, 368765, 370118, 370119, 370300, 370425, 370476, 372251, 372827, 2735597, 2771083, 2778257, 2784037, 2793623, 2794327, 2795967, 2798636, 2801171, 2801280, 2801281, 2805042, 2808828, 2809807, 2809832, 2813322, 2823357, 2824577, 2824621 & 2824625. In: tatoeba.org, CC BY 2.0 FR