Was heißt »Aus­zu­bil­den­der« auf Niederländisch?

Das Substantiv »Aus­zu­bil­den­der« lässt sich wie folgt von Deutsch auf Niederländisch übersetzen:

  • leerling
  • stageair

Antonyme

Meis­ter:
baas
groot vakman
kampioen
meester
patroon

Niederländische Beispielsätze

  • Niet elke leerling heeft een zondagsschrift.

  • Hij is leerling aan het Yushu-college.

  • Tom lijkt meer op een leraar dan op een leerling.

  • Geen enkele leerling klaagt over pijn in de frontale kwab van de linker hemisfeer.

  • Jij bent de slechtste leerling in de klas.

  • Natuurlijk zal ik een goede leerling zijn.

  • Ik ben geen slechte leerling.

  • De leerling kent de gewone naam voor acetylsalicylzuur.

  • Bent u leraar of leerling?

Übergeordnete Begriffe

Per­son:
persoon

Auszubildender übersetzt in weiteren Sprachen:

Quellen:
  1. [Übersetzungen] Wiktionary-Autoren: Auszubildender. In: Wiktionary – Das freie Wörterbuch, 2023, [online] de.wiktionary.org, CC BY-SA 3.0
  2. [Beispielübersetzungen] User-generated content: Satz Nr. 9742764, 8900032, 8242681, 7452220, 6793718, 6196856, 4979946, 4474677 & 3164873. In: tatoeba.org, CC BY 2.0 FR